Sleeve gastrectomie

gastric sleeve1-ink.jpeg

De ingreep

Bij een sleeve gastrectomie wordt ongeveer 75% van de maag weggenomen. Het stuk maag dat de slokdarm met de twaalfvingerige darm verbindt blijft behouden. Door het verkleinde maagvolume is er sneller een gevoel van verzadiging. Bovendien worden met het stuk van de maag dat weggenomen wordt, ook de cellen weggenomen die ‘ghreline’ produceren. Ghreline is gekend als ‘hongerhormoon’. Door de operatie daalt dus ook de hoeveelheid van dit ‘hongerhormoon’.  Deze ingreep wordt uitgevoerd via een kijkoperatie. 

Werkingsmechanisme

Er zijn verschillende werkingsmechanisme die het gewichtsverlies na een sleeve gastrectomie verklaren:

  • Door een kleiner maagvolume wordt sneller een gevoel van verzadiging bekomen.

  • Door een versnelde maaglediging ontstaat er een stijging van de 'incretine' hormonen, dewelke op hun beurt een gevoel van verzadiging veroorzaken. Het zijn ook deze 'incretine' hormonen die rechtstreeks een gunstige effect hebben op diabetes type 2 door een betere controle van het suikermetabolisme. 

  • In het stuk maag dat verwijderd wordt tijdens de operatie, wordt het 'Ghreline' hormoon geproduceerd. Dit hormoon is gekend als een 'orexigeen' hormoon ofwel een hormoon dat honger stimuleert. Doordat dit stuk maag dus verwijderd wordt, treedt dus ook hierdoor een vermindering van het hongergevoel op. 

  • Door de operatie wordt ook de verdeling en concentratie van een aantal darmbacteriën (microbioom) gewijzigd, welke op zich ook een rol spelen in het gewichtsverlies. 

Gewichtsverlies

Lange termijn resultaten tonen aan dat na een sleeve gastrectomie gemiddeld een gewichtsverlies tussen de 50% en 65% van het overgewicht (%EWL*) bekomen wordt. 

Hoeveel gewicht na de operatie exact verloren wordt varieert van persoon tot persoon en hangt af van geslacht, leeftijd, gewicht voor de ingreep alsook de mate van opvolging na de operatie. Uit ervaring is duidelijk dat een betere opvolging leidt tot een betere motivatie en betere resultaten op lange termijn. Vooral de mate waarin aan de voedingsadviezen voldaan wordt en de graad aan lichaamsbeweging bepalen de graad van succes.  

Het grootste gewichtsverlies vindt plaats in de eerste 12 tot 18 maanden na de ingreep. Nadien volgt meestal een lichte gewichtstoename van enkele kg dewelke terug stabiliseert. Voornamelijk in deze periode (na de zogezegde 'wittebroods of honeymoon' maanden) is goede opvolging van groot belang. 

* %EWL = % Excess Weight Loss = gewichtsverlies/(startgewicht– ideaal gewicht berekend op een BMI van 25)) 

Mogelijke complicaties

Op korte termijn kunnen volgende complicaties optreden:

  • Infectie van de wond/wondabces.

  • Lekkage of bloeding thv de nietjeslijn waar de maag werd doorgenomen.

  • Bloedklonter in de benen en/of longen

Op lange termijn kunnen volgende complicaties optreden:

  • Reflux

  • Haaruitval (dit is tijdelijk door het snel gewichtsverlies en omkeerbaar)

  • Vermoeidheid (voornamelijk in periode waarin grootste gewichtsverlies)

  • Littekenbreuk (kleinere kans door gebruik van kijkoperatietechniek)

  • Vitaminetekorten waarvoor bijkomende supplementen nodig zijn.

 

Verder moet rekening gehouden worden dat bij vrouwelijke patiënten de anticonceptiepil mogelijk minder kan werken na de ingreep door een veranderde opname van geneesmiddelen. Dit wordt best besproken met uw gynaecoloog

Verder wordt een zwangerschap binnen de 18 maanden na de ingreep ook ten stelligste afgeraden. Dit omdat in deze periode uw lichaam gewicht verliest ('katabole' toestand =  het lichaam breekt zichzelf af) en dus niet in een optimale toestand verkeert om tegelijkertijd het lichaam van een embryo of foetus op te bouwen. 

De sleeve gastrectomie is een onomkeerbare procedure. 

Verloop van de opname

De eerste dag na de operatie wordt gestart met lichte voeding en wordt u gestimuleerd om op te zitten in de zetel en wat rond te wandelen. Hierdoor worden ademhalingsproblemen en een mogelijke bloedklonter in de benen of longen maximaal vermeden. Adequate pijnstilling wordt voorzien. Tijdens de hospitalisatie overloopt de diëtiste samen met u nog eens rustig de voedingsadviezen voor de eerste weken na de operatie. Na een geruststellende bloedname en klinisch onderzoek, kunnen de meeste patiënten het ziekenhuis de tweede dag na de operatie verlaten. Een eerste wondcontrole bij de huisarts wordt voorzien na een week. De huidwondjes wordt gehecht met een zelf-oplosbare draad die zich aan de binnenzijde van de wonde bevindt. Er hoeven dus geen hechtingen verwijderd te worden. 

 

Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt een voorschrift voor volgende geneesmiddelen meegegeven:

  • Spuitjes met bloedverdunners (LMWH's) ter preventie van bloedklonters in de benen en/of longen gedurende 20 dagen na de ingreep. 

  • Een geneesmiddel tegen maagzuur (PPI's) om de staplernaad te beschermen tegen maagzweren. Dit dient gedurende 1 jaar postoperatief ingenomen te worden.  

  • Voldoende pijnstilling

Voedingsadviezen en fysieke activiteit

Zowel tijdens de consultatie bij de diëtiste voor de ingreep alsook tijdens de opname zelf wordt het dieet dat gevolgd dient te worden in de eerste weken na de operatie uitgebreid met u besproken. Een overzicht van de verschillende postoperatieve dieetfases kan u hier terugvinden. 

In de eerste weken wordt aangeraden om voldoende rond te wandelen en de dagelijkse fysieke activiteiten te hernemen binnen de pijngrenzen. Zware inspanningen dienen in eerste instantie nog vermeden te worden tot na de eerste controle bij de chirurg, 3 weken na de ingreep.

Alarmsymptomen

Bij de volgende verschijnselen wordt gevraagd om vervroegd contact op te nemen met de huisarts of met onze dienst en zich desnoods naar de spoedgevallendienst te begeven:

  • Hevige buikpijn

  • Koorts

  • Bloedbraken of bloed in de stoelgang/zwarte stoelgang

  • Onmogelijkheid om voeding tot zich te nemen. 

Opvolging

Na de operatie wordt u volgens een vast schema op geregelde tijdstippen opgevolgd door verschillende leden van het multidisciplinair team en de huisarts. Verder dient ook levenslang supplementen met een multivitaminepreparaat ingenomen te worden. In het eerste jaar na de operatie wordt ook op geregelde tijdstippen een bloedname uitgevoerd om eventuele tekorten aan mineralen en vitaminen op te sporen. Vanaf 1 jaar postoperatief kan dit jaarlijks gebeuren.