Veelgestelde vragen

Image by Júnior Ferreira

Hoeveel zal ik afvallen na een operatie?

Na een primaire gastric bypass of sleeve gastrectomie wordt een 'excess weight loss' van ongeveer 60-80% verwacht en dit in de loop van het eerste anderhalf jaar na chirurgie. Met 'excess weight loss' wordt het overtollig gewicht bedoeld, wat berekend wordt door het ideaal gewicht (gewicht om een BMI van 25 te bekomen) af te trekken van het pre-operatieve gewicht. Het gewichtsverlies kan echter sterk variëren van persoon tot persoon. Adequate postoperatieve opvolging speelt hier een belangrijke rol in. Excessief verlies van spiermassa kan in het eerste jaar leiden tot een  doorgedreven gewichtsverlies, maar dit dient weliswaar ten alle koste vermeden te worden. Behoud van spiermassa speelt een belangrijke rol op het lange termijn resultaat en dit niet enkel met betrekking tot een stabiel gewicht maar ook naar kwaliteit van leven toe. 

Wat met overtollige huid?

In hoeverre er na de operatie sprake zal zijn van overtollige huid hangt af van persoon tot persoon. De oorspronkelijke vetverdeling, het totale gewichtsverlies en het al dan niet behouden van spiermassa na de operatie spelen hier een belangrijke rol in. Indien gewenst kan voorafgaand aan obesitaschirurgie steeds een afspraak bij de dienst plastische chirurgie gepland worden teneinde de opties hieromtrent te bespreken. 

Wanneer en welke vitaminen moet ik innemen?

Klassiek wordt er met een multivitaminenpreparaat gestart vanaf de eerste chirurgische postoperatieve controle, ongeveer 3 weken na de operatie. Niet ieder verkrijgbaar merk van multivitaminensupplementen voldoet aan de medische eisen hieromtrent en wordt dus best steeds besproken met uw arts. Hoewel deze multivitaminensupplementen zeer doeltreffend zijn, kan er toch een geïsoleerde deficiëntie van een welbepaald vitamine of mineraal optreden in de maanden of jaren na obesitaschirurgie. Een regelmatige bloedname volgens het voorgestelde schema is dus zeker aangeraden. 

Hoelang moet ik opgevolgd worden na obesitaschirurgie?

Opvolging in de eerste twee jaar na chirurgie wordt ten zeerst aangeraden volgens het voorgestelde schema, gezien dit de resultaten op lange termijn verbetert. Ook na de eerste twee jaar is levenslange opvolging (minstens 1x/jaar) aangeraden om vroegtijdig te kunnen ingrijpen in geval van gewichtstoename. Deze opvolging op lange termijn kan via de huisarts verlopen met doorverwijzing naar ons centrum in geval van problemen. 

Kan ik nog op restaurant na een vermageringsoperatie?

Patiënten kunnen na een gastric bypass of sleeve gastrectomie zeker nog op restaurant. Na een vermageringsoperatie is het niet de bedoeling dat patiënten moeten inboeten op hun sociale activiteiten, integendeel. Een restaurantbezoek zal natuurlijk wel anders ingevuld worden met onder andere aandacht om gezonde keuzes te maken. Voor meer adviezen hieromtrent kan je steeds bij de behandelende diëtist terecht. 

Mag ik nog alcohol drinken na een vermageringsoperatie?

Alcohol na een vermageringsoperatie kan zeker, maar met mate. Uit verschillende studies is gebleken dat patiënten na een vermageringsrisico een grotere kans lopen om een alcoholverslaving te ontwikkelen. Enerzijds wordt alcohol na chirurgie makkelijke opgenomen en blijft langer in bloed, anderzijds is er ook een groter 'belonend effect' van alcohol na een gastric bypass of sleeve gastrectomie. Dit aspect wordt steeds grondig pre-operatief besproken en geëvalueerd. Postoperatieve levenslange zelfevaluatie van het alcholgebruik en vroegtijdig hulp zoeken bij toenemend alcholgebruik zijn van zeer groot belang.  

Wat is dumping?

Zowel vroege als late dumping zijn fenomenen die frequent gezien worden na bariatrische chirurgie, meestal na een gastric bypass procedure. 

  • Vroege dumping

Vroege dumping ontstaat ongeveer 10 à 30 minuten na de maaltijd en kan gepaard gaan met symptomen zoals zweten, algemeen slecht voelen, opgeblazen gevoel, misselijkheid, braken, speekselvloed, vermoeidheid en lage bloeddruk. Over het algemeen wordt aangenomen dat vroege dumping ontstaat doordat voeding die in de dunne darm terechtkomt water aanzuigt doorheen de darmwand (hyperosmolariteit), maar ook een overmatige vrijstelling van darmpeptides worden hier verantwoordelijk voor geacht. Vroege dumping wordt vaker gezien bij het innemen van snelle suikers en vet of bij snel eten en onvoldoende kauwen. Ook wanneer eten en drinken niet gescheiden wordt kan dumping optreden.  Een belangrijk deel van de voedingsadviezen die met u door de diëtiste besproken worden zijn gericht om deze dumpingklachten te vermijden:​

  1. Voldoende tijd nemen om te eten

  2. Lang genoeg kauwen

  3. Voldoende vezels en proteïnen innemen

  4. Eten en drinken gescheiden houden (vanaf 20 min voor de maaltijd tot 20 min na de maaltijd niet drinken)

  5. Vermijden van snelle suikers en vetten. 

In de overgrote meerderheid van de gevallen kunnen dumpingklachten vermeden worden door deze adviezen correct op te volgen. Slechts in een heel beperkte minderheid is bijkomende medicatie hiervoor aangewezen. 

  • Late dumping

Late dumping ontstaat ongeveer 1 tot 3 uren na de maaltijd en gaat gepaard met symptomen zoals verwardheid, zwakte, zweten, beven en honger. Late dumping ontstaat door een reactieve hypoglycemie (te lage suikerspiegels in het bloed). De preventie en behandeling van late dumping omvatten eigenlijk dezelfde voedingsadviezen als voor vroege dumping. Hoewel vaak aangenomen wordt dat ter behandeling van late dumping snelle suikers (cola, snoep, koekjes, druivensuiker,...) moet worden ingenomen is dit echter een foute veronderstelling. Hoewel deze snelle suikers initieel wel verbetering zullen brengen kunnen deze op zich ook weer een nieuwe reactieve hypoglycemie uitlokken waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Indien zich ondanks het volgen van de dieetadviezen toch een late dumping voordoet wordt deze best opgevangen door het eten van traag resorbeerbare koolhydraten (zoals bijvoorbeeld bruine boterham). 

Ook voor late dumping geldt dat medicamenteuze therapie slechts in een absolute minderheid van de gevallen nodig is als alle voedingsadviezen adequaat worden opgevolgd. 

Mag ik zelf mijn diabetes- en/of bloeddrukmedicatie stoppen?

Hoewel na een vermageringsoperatie inderdaad snel een gunstig effect op de suikerspiegel en/of bloeddruk kan waargenomen worden mag deze medicatie enkel gestopt worden na overleg met de huisarts of behandelend endocrinoloog. Tijdens de postoperatieve opvolging wordt regelmatig geëvalueerd of bepaalde medicatie gestopt kan worden. 

Moet ik de operatie zelf betalen?

Om in aanmerking te komen voor een vermageringsoperatie dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Deze voorwaarden komen overeen met de terugbetalingscriteria die in België gelden met betrekking tot bariatrische chirurgie. Indien aan de terugbetalingscriteria voldaan wordt zal het grootste deel van de operatie terugbetaald worden door de mutualiteit. Het resterende bedrag wordt in de meeste gevallen terugbetaald door de hospitalisatieverzekering maar kan verschillen naargelang uw verzekeringsmaatschappij. Voor meer details dient u dan best uw verzekeringspolis na te kijken of contact op te nemen met uw verzekeringsmaatschappij.